AVI moet boete toch betalen
26-Jul-2024 16:58

Leestijd 4 minuten

AVI-juli2024-AfredHeeroma.JPG title =
AVI moet alsnog de € 105.000 boete betalen.
Fotograaf: Alfred Heeroma - Bron: Den Bosch Politiek

De AVI (Auto Verschrotings Industrie) moet een boete in het kader van last onder dwangsom van € 105.000 betalen. Dit heeft de Raad van State woensdag bepaald. De provincie Noord-Brabant had het bedrijf deze boete opgelegd omdat ze bij herhaling de vergunningsregels heeft overtreden.

De AVI is sinds de jaren 70 gevestigd op de Rietvelden. Het bedrijf verwerkt schroot. Op basis van de Wet Milieubeheer heeft het bedrijf sinds 31 juli 2001 een vergunning voor de handel in, op- en overslag van en het be- en verwerken van ferro- en non-ferrometalen alsmede het shredderen van autowrakken, witgoed en welvaartsschroot. In totaal mag het bedrijf 193.000 ton per jaar verwerken waarbij de opslag niet meer mag zijn dan 1250 ton.

Na een brand op 9 maart 2021 werd het bedrijf onder verscherpt toezicht gesteld. Bij een (administratieve) controle bleek het bedrijf tussen 4 juni 2021 en 3 september gedurende 12 dagen meer dan die 1250 ton op het terrein aanwezig te hebben. Het ging daarbij om hoeveelheden schroot variërend van 1547 ton tot 4209 ton. Op 30 september 2021 kreeg het bedrijf aankondiging van een last onder dwangsom. Op 14 oktober 2021 was er weer een grote brand op het terrein.

Volgens de AVI was het toegestaan om meer op te slaan dan 1250 ton en had ze al een revisievergunning voorbereid om de opslagcapaciteit te vergroten. Volgens de AVI handelde ze niet tegen de omgevingsvergunning.

Op 26 november 2021 werd de last onder dwangsom opgelegd door de provincie Noord-Brabant. De AVI tekende hier bezwaar tegen aan, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard door de provincie. AVI stapte naar de rechter. De provincie had de last onder dwangsom op 20 juni 2022 geëffectueerd, wat inhoudt dat het bedrijf dit bedrag moet betalen. Het bedrijf tekende tegen beide besluiten bezwaar aan en de bestuursrechtbank oordeelde op 21 november 2022 dat AVI gelijk had en verklaarde beide bezwaren gegrond.

De rechtbank had hiervoor meerdere motivaties. Als eerst gaf de rechtbank aan dat de provincie in de 20 jaar voor de eerste brand geen aandacht heeft gehad voor de handhaving van de opslag. Het kan dus zijn dat in die periode al eerder een overschrijding van de opslag heeft plaatsgevonden zonder dat hierop gehandeld. De provincie heeft ook onvoldoende onderbouwd dat een hogere opslag van 1250 ton het brandrisico zou verhogen. De brandweer gaf aan dat bij meer opslag het risico niet toeneemt, mits er voldoende brandbeperkende maatregelen worden genomen zoals het plaatsen van keermuren. Ook zou de boete van € 105.000 AVI in financiële problemen kunnen brengen en daar heeft de provincie volgens de rechter ook onvoldoende rekening gehouden.

Zowel de provincie als AVI gingen tegen deze uitspraak in beroep. Op 28 december 2023 gaf de provincie aan dat ze bleef bij de ongegrondverklaring van het bezwaar van AVI en legde op 29 december opnieuw de betaling van de boete van € 105.000 op. De AVI stapte hierop naar de Raad van State.

In de argumentering geeft AVI meerdere redenen waarom ze van mening is dat ze niet in strijd handelt met de vergunning. Het bedrijf heeft zowel verwerkt als onverwerkt materiaal op het terrein liggen. Ze leest de vergunning dat voor beide groepen een maximum geldt van 1250 ton, samen dus 2500 ton. Ook geeft ze aan dat dit past binnen de 193.000 ton die jaarlijks verwerkt wordt. AVI verwijst naar een voorgaande vergunning waar een grotere opslagcapaciteit is beschreven en dat de 1250 ton in de vergunning een verschrijving is en dit 12.500 ton moet zijn. Bovendien zou het gaan om berekende waarden waarbij de provincie niet de juiste uitgangspunten heeft genomen.

De provincie gaf aan dat het niet uitmaakt dat ze 20 jaar geen controles heeft uitgevoerd, er is een vergunning met regels en daar dient een bedrijf zich aan te houden. Dat het bedrijf een revisie wilde van de vergunning doet daar niets aan af. Ook dat een grotere opslag geen verhoogd risico meebrengt is voor de provincie geen goed argument. Dat er een financieel risico voor het bedrijf is, is vervelend, maar juridisch gezien voor de provincie geen reden om af te zien van de boete. Bovendien heeft alleen de rechtbank inzicht gekregen in de financiële papieren en beschikt de provincie niet over deze kennis en kan dan ook niet oordelen of er gevolgen zijn voor de bedrijfsvoering.

De Raad van State (RvS) vond de argumentatie van de bestuursrechter onvoldoende en daarmee dus de argumenten die AVI had aangevoerd. De argumenten die provincie aanvoerde achtte de RvS wel gegrond. Daarmee wordt het vonnis van de bestuursrechter vernietigd en moet AVI als nog de last onder dwangsom betalen.

Tegen dit besluit is binnen de Nederlandse rechtsspraak geen beroep meer mogelijk.
Het staat de AVI wel vrij om alsnog een aanpassing van de vergunning aan te vragen. Eerder (in 2021) gaven zowel het college van B en W als de gemeenteraad van Den Bosch aan dat ze het bedrijf liever zien vertrekken.

Auteur: Alfred Heeroma

1469 keer werd dit bericht gelezen






Den Bosch Politiek | AVI moet boete toch betalen