Wateroverlast moet worden aangepakt
21-Apr-2026 16:48
Leestijd 7 minuten
Fotograaf: Alfred Heeroma - Bron: Den Bosch Politiek
Den Bosch is letterlijk het afvoerputje als het gaat om water uit de Dommel en de Aa. Onder normale omstandigheden kan dit onder natuurlijk verval uitmonden in de Maas. Als er in de Dommel en Aa meer water aangevoerd wordt dan men kwijt kan op de Maas, ontstaat er een probleem. In het meest extreme geval zouden duizenden huizen en bedrijven onder kunnen lopen. Om dat te voorkomen worden nu 11 maatregelen gepresenteerd in het kader van HoWaBO. De meeste van die plannen moeten voor 2050 worden gerealiseerd.
Het streven is dat een extreme situatie een keer in de 125 jaar kan voorkomen. De verwachting is dat er de komende decennia meer water afgevoerd zal moeten worden en bij de huidige omstandigheden dit vaker kan voorkomen. Om dit te voorkomen zijn maatregelen nodig. Om die uit te voeren is tijd nodig en geld. Bovendien is het een samenspel tussen veel organisaties.
In 1995 vond een dergelijke extreme situatie plaats. Door veel water liep niet alleen het Bossche Broek onder, maar ook de A2. Sinds die tijd zijn er maatregelen genomen om dit te voorkomen, maar die maatregelen zijn voor de toekomst onvoldoende. Sinds 2018 wordt bekeken welke andere maatregelen er mogelijk zijn. Uit een brede inventarisatie kwamen er 46 bouwstenen naar voren en die zijn nu verwerkt in 11 oplossingen. Geen van die oplossingen is alleen voldoende, alleen alle 11 samen vormen een totale oplossing. Sommigen zijn op korte termijn (voor 2035) te realiseren, anderen pas op langere termijn.
Na 1995 zijn er maatregelen genomen die samen voor een tijdelijke opslag van 14 miljoen m3 water kunnen zorgen. Hieronder het Bossche Broek en een overloop in het Vughtse Gement. Binnen de huidige verwachting is dat er tot 2035 nog eens 36 miljoen m3 water extra moet kunnen worden verwerkt. Tussen 2035 en 2050 komt daar nog eens 14 miljoen m3 bij en na 2050 zal er nog eens ruimte moeten komen voor 15 miljoen m3 water.
Water opslaan in stroomgebied
Het water van de Dommel komt uit België en dat van de Aa uit een gebied ten noorden van Weert. Omdat de waterschappen Dommel en Aa en Maas alleen over hun eigen grondgebied gaan, is gekeken wat daar mogelijk is.
Al lange tijd is het uitgangspunt dat water zo snel mogelijk moet worden afgevoerd. Dat is logisch bij teveel water, maar minder logisch bij droogte. Daarom heeft men bij zandgronden al gekozen voor infiltratie van water en het verhogen van de grondwaterstand. Dat is een oplossing die echter niet werkt bij een acuut wateroverschot. Dan zijn er eigenlijk maar drie opties.
Voor de Aa geldt het water bij Aarle- Rixtel ook via het Wilhelminakanaal afgevoerd kan worden en eventueel opgeslagen bij het Grote Pand. Daarvoor moeten wel aanpassingen worden gedaan.
Een tweede optie is om langs het stroomgebied tijdelijke opvanggebieden in te richten.
Een derde optie is de dijkstructuur op te hogen zodat er meer water door de rivieren kan stromen voordat er sprake is van een overstroming. Hierbij is wel een maximum, want Den Bosch is slechts beveiligd tot een waterpeil van 4,90 meter boven NAP, maar men zou het willen verhogen tot 5,20 meter. Dat betekent dat ook binnen de stad aanvullende maatregelen nodig zijn.
Het bovenstrooms vasthouden van water kan de aanvoer verminderen met 4 miljoen m3 en het verhogen van de dijkstructuur naar 5,20 meter 6 miljoen m3.
Het afvoeren van water
Het water van de Dommel en Aa wordt nu via twee wegen afgevoerd.
De eerste weg is via gemaal Crèvecoeur. Daar wordt het water via natuurlijk verval de Maas in gelaten. Als de Maas echter ook een hoge stand heeft, werkt dat niet meer. Er is een mogelijkheid om hier een grote pomp neer te zetten zodat het water mechanisch de Maas in gepompt kan worden. Dit is een manier die heel effectief is. Er kan dan tussen de 20 en 36 miljoen m3 worden afgevoerd.
Er is wel een beperking en dat is dat de Maas dit aankan. Op dit moment wordt gewerkt aan de verhoging van de dijk tussen Lith en Bokhoven, maar aan de Gelderse kant is men daar nog niet bezig (wel bij Woudrichem). Het verhogen van de dijken valt onder een ander project en dat is de dijkverzwaring die in 2050 klaar moet zijn.
De tweede afvoer is via het Drongelens Kanaal. Deze is hiervoor speciaal gegraven en komt 19 kilometer verder, bij Waalwijk, in de Maas uit. De Maas is daar een stuk lager. Dit vraagt echter wel om aanpassing van het kanaal en inrichting van Baardwijkse Overlaat in combinatie met het Vlijmens Ven en Moerputten. Dat is niet iets dat op korte termijn mogelijk is, maar wel voor 8 miljoen m3 extra afvoer kunnen zorgen.
Hierdoor zou de waterstand in het Drongelens Kanaal kunnen toenemen. Dit kan nadelig zijn voor de spoorbrug die ProRail hier wil bouwen. Die moet op hetzelfde niveau liggen als de omliggende omgeving. Als de brug hoger zou worden gebouwd, dan betekent ook dat het aan- en afvoerende spoor hoger moet komen te liggen en daar is eigenlijk geen ruimte voor.
De Dommel en de Aa zijn bij Den Bosch verbonden en monden uit in de Dieze. Bij teveel wateraanvoer zou die verbinding afgesloten kunnen worden, zodat de Dommel het water afvoert via het Drongelens Kanaal en de Aa via de Dieze/ Crèvecoeur. Dit levert geen voordeel op in overstromingsgevaar, maar wel in beheersbaarheid. Die scheiding zou kunnen als een doorvaarbare stuw nabij de Willemsbrug.
Opslaan van water
Een andere optie is om het teveel aan water tijdelijk opslaan in bergingsgebieden. Zo is het Bossche Broek al een dergelijk gebied. Als dit gebied volloopt, klotst het wel tegen de verhoging waar de A2 op ligt. Het is onduidelijk wat dit voor effect heeft. De aanpak van de A2 tussen Vught en Deil ligt momenteel in de koelkast.
Andere gebieden die in beeld zijn gekomen zijn de Dungense Polder, Bokhovense Polder, Engelermeer (inclusief de polder ten noordoosten van Vlijmen) en Moerputten/ Vlijmens Ven. Hiervoor zijn wel aanpassingen nodig, enerzijds moet deze gebieden gescheiden blijven, maar anderzijds ook met elkaar worden verbonden. Ook hier geldt dat er dan verhoging van de omdijking nodig is. Alle gebieden bij elkaar zouden ongeveer 20 miljoen m3 kunnen opslaan.
Het gebruik van een overstromingsgebied kan leiden tot schade. Het inlaten van water kan binnen twee tot vijf dagen, maar de afvoer kan drie weken tot drie maanden duren. Een aantal gebieden zijn Natura 2000 gebieden en de natuur kan door het onder water zetten schade oplopen. Andere gebieden worden voor landbouw gebruikt wat kan leiden tot verlies van een oogst.
Het aanwijzen van dergelijke overstromingsgebieden kan ook impact hebben op het gebruik van de grond. Bouwen is dan geen optie, maar bijvoorbeeld in de Dungense Polder wil men zonnepanelen plaatsen, maar ook een recreatieve functie. Dat geldt ook voor andere gebieden. Er moet dan goed gekeken worden wat wel en niet kan.
Elk van de 11 oplossingen zal een eigen procedure moeten volgen. Ze zijn nu alleen samengebracht in het HoWaBO (Hoog Water Brabant Oost). Dit plan ligt nu ter inzage tot 27 mei en men kan tot die datum zienswijzen indienen.
Kosten
Bij de uitvoer zijn meerdere gemeenten, waterschappen en andere instanties betrokken. De meeste kosten (ongeveer 50%) komen voor rekening van de waterschappen, maar ook de gemeenten en overheid zullen moeten bijdragen. De totale kosten van de 11 maatregelen worden geschat tussen de € 442 miljoen en € 569 miljoen. Het duurste, maar ook meest effectieve, is het gemaal bij Crèvecoeur. Dat wordt geraamd op € 179 tot 224 miljoen. Het kan wel voor 2035 gerealiseerd worden. Alles wat voor 2035 gerealiseerd moet worden, kost ongeveer € 335 miljoen.
Zelf actie nemen
Het lijkt alsof mensen in dorpen en steden niets kunnen bijdragen aan deze plannen. Dat is echter niet waar. Veel regenwater gaat via de afvalwaterzuivering naar het oppervlaktewater. Door te voorkomen dat het regenwater naar de afvalwaterzuivering gaat, kunnen mensen hun regenpijpen afkoppelen en het water laten infiltreren in de grond of opvangen in een regenton. Ook het water dat via waterkolken wordt afgevoerd, komt bij de afvalwaterzuivering. Dit water komt daar via verharde ondergrond. Door tegels te verwijderen en te vergroenen kan deze aanvoer worden beperkt. De waterschappen en gemeenten roepen daarom bewoners op zo min mogelijk stenen in de tuinen te leggen zodat regenwater in de bodem kan infiltreren. Bijkomend voordeel is dat een groene tuin op warme dagen een stuk koeler is.
Auteur: Alfred Heeroma
212 keer werd dit bericht gelezen
Documenten:
Aanpak Hoogwater Brabant Oost

